>> ONTWIKKELINGEN - sectie: GESCHIEDENIS 5/6 <<
-
De wetenschappelijke belangstelling voor de hand heeft zich ook vertaald in studies gericht op het bestuderen van het ontstaan en de hand groei
van de huidpatronen en de lijnen in de hand.
Gebleken is dat hierbij een belangrijke rol is weggelegd voor de zogenaamde ‘volar pads’: zie figuur I-6.
Dit zijn kleine kussentjes in de hand van de foetus die tijdelijk ontstaan voorafgaand aan de manifestatie van de huidpatronen aan de huidoppervlakte.
-
Al in 1887 heeft Blaschko gewezen op de relatie tussen de huidpatronen en de ‘volar pads’.1
Echter vooral in het werk van de Noorse Kristine Bonnevie is deze relatie op overtuigende wijze beschreven.2
Bonnevie beschrijft o.a. een verband tussen de hoogte van de ‘volar pads’ en het huidpatroon type:
bogen worden voorafgegaan door kleine ‘volar pads’ die zich relatief laat ontwikkelen.
Bij lussen zijn de ‘volar pads’ iets hoger gevormd, en spiralen worden voorafgegaan door hoge volar pads die zich relatief vroeg ontwikkelen.
|
|
-
-
Figuur A-6: foto van de hand van een foetus na 10 weken.
|
-

-
Figuur A-7: ‘fantoom-figuur' voor het syndroom van Down.
|
|
-
In het wetenschappelijke jargon worden de huidpatronen van de hand en de voeten aangeduid met de term ‘dermatoglyfen’ (dermatoglyphics).
Deze term werd in de jaren 20 geïntroduceerd door Harold Cummins.
Echter dit is niet de enige reden waarom Cummins ook wel bekend staat als ‘de vader van de dermatoglyfen’.
Zijn observaties ten aanzien van de dermatoglyfen bij het syndroom van Down3-4 vormen een mijlpaal in de geschiedenis van de medische wetenschap.
Vreemd genoeg kregen de ontdekkingen van Cummins pas wetenschappelijke erkenning nadat ruim 20 jaar later de genetische oorsprong
van het syndroom van Down werd vastgesteld.
Stereotype kenmerken die worden aangetroffen bij het syndroom van Down zijn weergegeven in een ‘fantoom-figuur’ dat in 1963 in het blad ‘Nature’ werd gepubliceerd.5
|
-
Bronnen:
-
1 - Loesch, D. (1991). Quantitative dermatoglyphics: classification, genetics and pathology. Oxford Medical Publications., 1983.
-
2 - Bonnevie, K. (1924). Studies on papillary patterns of human fingers. Journal of Genetics, 15, p.1-111.
-
3 - Cummins, H (1936). Dermatoglyphic stigmata in mongolian idiocy. Anat. Rec, 64 (Suppl.3): 11.
-
4 - Cummins, H (1939). Dermatoglyphic stigmata in mongolian imbeciles. Anat. Rec, 73, 407.
-
5 - Penrose, L.S. (1963). Finger-prints, palms and chromosomes. Nature, march 9, p.933-938.
INDHOUD: Hand groe, volar pads, dermatoglyfen, fantoom figuur syndroom van Down.
|